Een terugblik naar de negentiende eeuw...

Tekst : Herwig Kempenaers

 

Kunnen we het ons nog anders voorstellen dan dat werknemers het recht hebben zich in vakbonden te verenigen en zo hun belangen verdedigd zien? In het begin van de twintigste eeuw was dat niet zo vanzelfsprekend. De opkomende vakbonden slaagden erin hun macht te versterken door de arbeiders te verenigen en zo hun belangen te verdedigen, tot groot ongenoegen van de werkgevers. Deze trachtten de macht van deze vakverenigingen aan banden te leggen maar stuitten hierbij op sterk verzet. Onze Turnhoutse papiernijverheid kende een grote staking waarbij 500 werknemers uit de verschillende bedrijven meer dan zes maanden het werk neerlegden. Deze staking zou de geschiedenis ingaan als “de staking van 10” en startte vandaag, 17 juni 2010, precies 100 jaar geleden. Deze staking beheerste het sociale leven van Turnhout gedurende deze ganse periode en zaaide tweedracht onder de Turnhoutse bevolking. Reden genoeg om deze gebeurtenis niet onopgemerkt voorbij te laten gaan.

 

Aanleiding van de staking…

Begin juni 1910 : In de fabriek van La Turnhoutoise ondernam directeur Lambrechts een poging om de groeiende macht van de vakbonden te fnuiken door een “Voorzienigheidskas ten voordele van weduwen en weezen” op te richten. Het reglement dat aangeplakt werd in het fabriek liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Zo las men in artikel 3 : “ieder getrouwd man of bediende der fabriek mag van de Voorzienigheidskas deelmaken in geval hij geen lid is van ’t een of ’t ander syndikaat of bond”. Artikel 9 sprak zelfs over verregaande voordelen : “de leden der fabriek deelmakende der Voorzienigheidskas zullen zooveel het den bestuurder mogelijk is, bevoordeeld worden in het bekomen van opslag of verbetering (verhooging) hunner plaatsen.”

Uiteraard lokte deze aanslag op het verenigingsrecht sterk verzet uit. Louis Goor, voorzitter van de socialistische papierbewerkers en zelf personeelslid bij La Turnhoutoise, bracht de toestand over naar de Syndicale Commissie van de BWP (voorloper van het huidige ABVV). Hier kon men deze flagrante aanval tegen de vakbonden niet geloven  en men besloot een onderzoek in te stellen. Op 7 en 10 juni volgden gesprekken met de beheerder en bestuurder van La Turnhoutoise. Uit een artikel in “de Belgische boekbinder” van 15 juni 1910 halen we volgend opmerkelijk citaat : “Vrijdag 10er dezer boden de gezellen Bergmans en Pladet zich bij den heer Lambrechts, bestuurder van La Turnhoutoise, aan. … Antwoordend op eene gestelde kwestie, erkende hij op zijn beurt, maar met een hoogmoed en eene stootende onbeschaamdheid, dat in werkelijkheid deze kas gesticht was tot het vernietigen der syndikaten, ’t zij socialist, christelijk of onzijdig. Hij wil zijn personeel onder zijn bedwang! Hij wil meester zijn over zijne werklieden en hij zal het zijn! (stipte uitdrukking zijner verklaringen, meermaals herhaald).

Op woensdagmorgen 15 juni werden bij La Turnhoutoise twee werklieden op staande voet ontslagen omdat ze weigerden ontslag te nemen uit het syndikaat. Vanaf vrijdag 17 juni brak de staking uit. 75 socialisten en een deel van de niet-gesyndikeerden legden het werk neer. Een gesprek met de bestuurder van La Turnhoutoise werd aangevraagd  en de  afgevaardigden spraken harde taal : “ in akkoord met de beslissing genomen voor de stakersvergadering, verklaarden de vertegenwoordigers van de arbeidsorganisaties aan de nerveuse en onervaren kleine tsaar, dat het personeel slechts terug in de fabriek zou treden de dag waarop het reglement van de kas voor weduwen en weezen, dit monument van cynisme, volledig zou opgeheven zijn”. (vertaling uit Le Peuple van 18 juni 1910)

Geheime onderhandelingen tussen de katholieke vakbond en de bestuurder brachten geen concrete oplossingen en vanaf dinsdag 21 juni bleef er voor de christene papierbewerkers dan ook niets anders over dan mee te staken. Aparte onderhandelingen tussen Pater Rutten en directeur Lambrechts deed deze laatste bezwijken en deed mondelinge toegevingen. Hij beloofde dat werknemers vrij waren aan te sluiten op deze voorzienigheidskas, en dat niet aangeslotenen geen minder goede behandeling zouden krijgen in zake loon- en arbeidsvoorwaarden. Op 22 juni bracht pater Rutten de socialistische leiders hiervan op de hoogte en de christene papierbewerkers hervatten op 24 juni het werk. De socialisten konden niet dulden dat de voorzienigheidskas bleef bestaan en bleven in staking. Dit betekende het begin van een zware, slopende tijd…

 

Uitbreiding van de staking

Op vrijdag 8 juli gingen de marmermakers van Brepols naar hun bestuurder, Karel Peeters, met de vraag of er geen bestellingen van La Turnhoutoise werden uitgevoerd. Deze antwoordde dat ze met de bestellingen van de fabriek geen uitstaans hadden. Hierop gingen de 72 marmermakers en verwers in staking. Op een vergadering in De Volkswil die middag besloten 88 arbeiders van A. Van Genechten ook niet meer terug te keren naar het werk.

Op 10 juli beraadde men zich bij de christenen opnieuw over de houding die hun leden hadden aan te nemen tegenover de uitbreiding van de staking. Het besluit van de vergadering was dat hun leden aan het werk zouden blijven, ondanks de druk die door de socialisten opgelegd werd.

Op 14 juli arriveren in het station van Turnhout een vijftigtal duitse arbeiders. De Kempenaar schrijft hierover het volgende : “…intusschen zijn hier donderdag 50 à 60 duitsche werklieden aangekomen die met gendarmen en politievertoon aan de statie werden afgehaald en naar de fabrieken Ant. Van Genechten, La Turnhoutoise en Brepols en Dierckx Zn. gebracht, waar zij de plaats der werkstakers – ten minste van enkele, want zer zijn er op het oogenblik niet minder dan 400 à 500 stakers – zouden gaan innemen. De duitschers eten en slapen om niet aan de gewelddaden of bedreigingen blootgesteld te worden…” Deze poging om de staking te breken bleek een eenzijdige beslissing te zijn van bestuurder Lambrechts, die hierbij teruggefloten werd door de voltallige raad van bestuur van La Turnhoutoise. Op zaterdagnamiddag 16 juli vertrokken de duitsers weer op de wijze zoals ze gekomen waren.

Op 15 juli breidt de staking zich ondertussen verder uit over de fabriek Mesmaekers waar een 80-tal papierbewerkers het werk neerlegden. Eind juli legden ook arbeiders van La Belgica het werk neer en sloten zich aan bij de ongeveer 500 stakers.

Na juli kwam er nog weinig beweging in de toestand. Herhaaldelijk werd er onder de stakers gestemd over het al dan niet voorzetten van de staking. Dit gebeurde onder ander in september en oktober. Eind oktober bleef de strijdlust groot; op 302 stembriefjes waren er 300 voor voorzetting, 1 blanco en 1 tegen de staking.

 

 

Einde van de staking

De staking eindigde uiteindelijk op  een nederlaag voor de werknemers en de socialistische vakbond. Volksvertegenwoordigers Denis en Terwagne schrijven eind december aan baron F. Du Four (voorzitter van de papiernijveraars) dat M. Cooremans, voorzitter van de Wetgevende Kamer en de Hoge Arbeidsraad,  als bemiddelaar wilde optreden, om alsnog een oplossing te forceren. Hierop riep Du Four de directeurs van de Turnhoutse papierverwerkende bedrijven bij elkaar en deze waren eenparig : de plaatsen van de stakende werknemers waren zo goed als ingenomen door nieuwe arbeiders. Voor hen was de staking dus afgelopen en zagen geen enkele reden om met wie dan ook nog te onderhandelen. Hierna bleef er voor de Syndicale Commissie van het B.W.P. niet anders over dan de staking als beëindigd te beschouwen. Op 5 januari werd dan ook de laatste officiële betaling van de stakersvergoeding gedaan.

 

Sociale gevolgen

Dat een staking van deze omvang grote gevolgen heeft voor het sociale leven binnen Turnhout mag niet verwonderlijk zijn. Het feit dat katholieke en socialistische vakbond beiden een verschillend standpunt innamen zorgde voor heel wat wrijving onder de werknemers. Zeer regelmatig vonden er incidenten plaats in de straten van Turnhout. Politie en rijkswacht hadden hun handen vol, deze laatste werd met twaalf man versterkt. De burgemeester vaardigde een verordening uit waarbij samenscholingen van meer dan 5 personen op de openbare weg verboden waren.

 

Het verdriet van Turnhout, de roman.

De Historische Drukkerij Turnhout trok naar het Stadsarchief waar we de kranten ‘De Kempenaar’ en het ‘Aankondigingsblad’ van de periode juni 1910 – januari 1911 doornamen. De kleine nieuwsberichten waren voor dit project het meest van belang. Schijnbaar kleine faits divers gaven een beeld van de onrust die leefde in de ganse stad.

Al in 1990 schreef Frans Van Gael een uitgebreid artikel over ‘de staking van 1910’ in het jaarboek van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van de Antwerpse Kempen.  Hiermee legde hij 80 jaar na de feiten deze strijd voor het verenigingsrecht vast en dit geldt nog steeds als het meest volledige werk over deze periode.

Met al deze gegevens trokken we naar de schrijver Robert Baeken die met deze bagage een historische roman schreef. Deze diende als script voor zijn zoon Serge, die hier als Stadstekenaar in 2009 een stripverhaal rond zou maken. Deze strip verscheen in afleveringen in de Stripgids, het tijdschrift van Strip Turnhout. Nu brengt de Historische Drukkerij, exclusief, ook de romanversie hiervan uit.

 

Het verhaal beschrijft in grote lijnen de sociale strijd om het verenigingsrecht in de Turnhoutse papierverwerkende nijverheid tijdens de tweede helft van 1910. Tijdens deze achtergrond van historische gegevens wordt een episode geschetst uit het leven van Janus Duprez, een wat zonderlinge rentenier die zich, na een onduidelijk overlijden van zijn vrouw, in datzelfde jaar opnieuw in zijn geboortestad komt vestigen. Dat hij alleen is, weinig belangen heeft en geneigd is zich buiten het openbare dispuut te houden, maakt hem zeer geschikt tot de onpartijdige waarnemer, nodig om het ideologische conflict tussen patronaat, de machtige clerus en het toen sterk opkomende socialisme via zijn persoon in een juiste historische context uit te diepen.

DE STAKING VAN 1910. Een vergeten geschiedenis...

Historische Drukkerij Turnhout
Tekstvak: Member of

Formaat : 157 x 170 mm

Synopsis:

 

Het verhaal beschrijft in grote lijnen et met binnen een gezin. de sociale strijd om het verenigingsrecht in de Turnhoutse papierverwerkende nijverheid tijdens de tweede helft van 1910, waarbij 500 arbeiders langer dan een half jaar het werk neerlegden.

   Tegen deze achtergrond van historische gegevens wordt een episode geschetst uit het leven van Janus Duprez, een wat zonderlinge rentenier die zich, na een onduidelijk overlijden van zijn vrouw, in datzelfde jaar opnieuw in zijn geboortestad komt vestigen. Dat hij alleen is, weinig belangen heeft en geneigd is zich buiten het openbare dispuut te houden, maakt hem ogenschijnlijk zeer geschikt tot de onpartijdige waarnemer, nodig om het ideologische conflict tussen het patronaat, de machtige clerus en het toen sterk opkomende socialisme via zijn persoon in een juiste historische context uit te diepen. Maar doordat men in laatste instantie toch altijd weer met mensen te doen krijgt, wordt zijn neutrale positie al gauw onhaalbaar. ich onder de mensen te begeven hem naar  te begeven, een standpunt in te nemen hoe langer hoe meer begint aan t

   Hoewel het verleden van het hoofdpersonage een prangend geheim verbergt, wordt hij uiteindelijk gedwongen naar buiten te komen, zich onder de mensen te begeven, aarzelend standpunten in te nemen. Zo maakt hij tijdens een cafébezoek kennis met de Charel Govaerts en later ook met diens zonen Ward en Joske.

   Deze laatste is een geestelijk en lichamelijk gehandicapte wiens lot hij zich door toedoen van Charels aantrekkelijke buurvrouw, de zogeheten zwarte weduwe, gaandeweg meer begint aan te trekken, terwijl Wards rd  sympatiesympathieën voor het socialisme aan de basis liggen van een verscheurende onenigheid met de behoudsgezinde vaderfiguur.

   oudsgezinde Zo wordt Janus ongewild meegesleurd in een draaikolk van gebeurtenissen die hem langzaamaan dwingen om kleur te bekennen en zich uit te spreken over zijn naasten, over de staking, maar ook over zichzelf en zijn wel zeer eigenaardige liefdesrelatie met de zwarte weduwe. Hierdoor krijgt het verhaal niet enkel een plot met een zeer verrassend einde, ook wordt het zo als een extra boven de plaatselijke anekdotiek en de van christelijke symbolen doorweven tijdgeest uitgetild.

 

 

De realisatie van dit boek volgde een opmerkelijk parcours. De Historische Drukkerij gaat prat op haar gebruik van negentiende eeuws machines om drukwerk te realiseren dat het waardevolle van dit erfgoed toont. Nu werden voor dit boek dat u in handen houdt om en om oude zowel als nieuwe technieken uit de boekverzorging gebruikt, bij wijze van slalommen door de geschiedenis van de boekdrukkunst.

In het productieproces van dit boek werd het typische karakter van hoogdruktechniek op computersnelheid bereikt: de tekst werd loodgegoten op een Monotype zetmachine, die echter door een computer werd aangestuurd. Het loden zetwerk werd dan weer gedrukt op een negentiende eeuwse cilinderpers met handinleg. Uiterst moderne elektronisch gestuurde vouw- en snijmachines vormden de gedrukte vellen tot boekkaternen. Deze katernen zijn op hun beurt met de hand tot een boekblok genaaid. Het omslag werd digitaal ontworpen en digitaal gedrukt, maar weer bewerkt op een negentiende eeuwse trapdegel. Het ‘digitale’ omslag werd dan weer handmatig om het boekblok gebracht. Uiteindelijk werd het geheel handmatig rondgesneden.

Dit productieproces is niet alleen opmerkelijk, het is ook indrukwekkend,

 

Verkrijgbaar voor slechts 12 euro. Beperkte éénmalige oplage van 500 exemplaren.