
|
Een terugblik naar de negentiende eeuw... |
|
Henri Proost, geboren op 14 juni 1857, richtte op 2 oktober 1913 samen met zijn zonen Jos en Antoon een commanditaire vennootschap op, ‘Henri Proost & Co’. De grond, één hectare groot en gekocht van hovenierderij Walter Dierckx, was gelegen in de Otterstraat. Het nieuwe bedrijf legde zich voornamelijk toe op gebedenboeken. Dit was Henri Proost niet vreemd aangezien hij vele jaren directeur was van een dergelijke afdeling bij Brepols. Op 56-jarige leeftijd een eigen zaak starten is op zijn minst merkwaardig, toch groeide het onder supervisie van vader Henri uit tot een bloeiend bedrijf. Zoon Antoon werd afdelingsverantwoordelijke van de drukkerij en Jos nam de binderij voor zijn rekening. Emiel Spruyt, een Turnhouts kunstenaar, was in het begin de ontwerper en tekenaar van omslagen voor kerkboeken. In 1930 schakelde Proost gedeeltelijk over in offset, terwijl er voordien enkel in typo werd gedrukt. Jos Proost nam het bedrijf van zijn vader in 1935 over. Henri Proost sterft twee jaar later, op 4 oktober 1937. Net voor de Tweede Wereldoorlog telde het bedrijf 300 werknemers. Zoals in alle Turnhoutse drukkerijen werd er tijdens de oorlog verder gewerkt, weliswaar op kleinere schaal. Proost had een eigen uitgeverij van eenvoudige leesboeken voor kinderen. Bekende jeugdschrijvers stonden onder contract, waaronder Leen Van Marcke en Leo Van Beeck. Het bedrijf floreerde. Duizenden kisten met kerkboeken vertrokken naar de missielanden, een belangrijke afnemer. In 1951 nam de zoon van Jos, Jozef, de leiding van het bedrijf over. Hij moest een grondige hervorming doorvoeren als in 1962 het Tweede Vaticaans Concilie de kerk, en daarmee ook de missaalmarkt grondig dooreen schudde. Proost verloor op korte tijd 80% van zijn omzet en moest dringend andere markten aanboren. Producten en technieken dienden vernieuwd, personeel omgeschoold. Het bedrijf zocht zich een weg in het geïllustreerde kinderboek. De gekende boekjes van ‘Tante Terry’ rolden van de persen en een reeks ‘wetenschappelijke werken voor kinderen’ werd uitgegeven in eigen beheer. De reorganisatie ging nog verder als in 1968 Jef Proost, zoon van Jozef en sinds 1957 in dienst, aan het hoofd van de firma kwam te staan. Nieuwe tijden braken aan en er moesten dringend krachtlijnen worden vastgelegd van wat het moderne Proost zou moeten worden. De stripmarkt werd langzaam veroverd. Vierkleurenpersen werden aangekocht, de eerste in 1969. Geholpen door de gunstige conjunctuur steeg de omzet tussen 1969 en 1971 spectaculair met groeivoeten boven 40%. Het buitenland was het belangrijkste afzetgebied, 80% van het drukwerk was bestemd voor de export. In 1973 begon de bouw van een nieuw complex in de industriezone. Het duurde twee jaar eer het volledige bedrijf was overgebracht naar de Everdongenlaan. In 1980 kwam het bedrijf een nieuwe crisis te boven. In 1989 kreeg het de Oscar van de export. In datzelfde jaar wijzigde het statuut in een N.V. In 1996 verkocht Jef Proost het bedrijf aan een Engelse groep ‘Liber Fabrica’. Deze groep werd in 1999 op zijn beurt overgenomen door de Franse groep CPI. In 2005 gaan de vierkleuren-drukkerijen van de groep samen met ‘Partenaires Livres’ en vormen samen de nieuwe groep ‘Partenaires Book’. Hieronder zitten twee hoofdaandeelhouders, Debardies (afkomstig van CPI) en Pluchard (Partenaires Livres). Deze laatste scheurt zich in 2006 terug af met zijn deel van de bedrijven en Debardies gaat verder onder de naam ‘Qua Libris’. Het dochterbedrijf van Proost ‘Splichal’, werd in 2007 en 2008 in twee fases geïntegreerd bij Proost, de activiteiten van Splichal worden ondertussen gehalveerd.
De website van Proost : www.proost.be |
|
HENRI PROOST & CO 1913— |

