Een terugblik naar de negentiende eeuw...

Feestelijke receptie, zaterdag 16 april 2011.

Integrale tekst toespraken    Marcel Hendrickx, ereburgemeester van Turnhout

                                                   Gerard Post van der Molen, De Ammoniet

                                                   Johan De Zoete, conservator Museum Enschedé, oud-voorzitter AEPM

Ceremoniemeester : Jan Van der Linden

 

Geachte genodigden,

Geachte leden van het schepencollege, mijnheer de ereburgemeester, mensen van de pers, beste vrienden, goedemiddag allemaal.

Namens Herwig en de voltallige vrijwilligersploeg heet ik u welkom in de Historische Drukkerij Turnhout.

 

In de volgende drie kwartier blikken we terug op de nog vrij korte, maar al heel goed gevulde geschiedenis van de HD. Ik mag de drie sprekers voor deze namiddag aan u aankondigen.

(…)

Herwig, de eigenaar van het museum, was al in de jaren 90 begonnen met het verzamelen van letterkasten vol loden letter, oude drukpersen, massa’s boeken over het ambacht, enzovoort. Gaandeweg is zijn collectie tot stand gekomen en op 25 maart 2006 was hier het eerste openingsweekend.

Een jaar eerder, in 2005, speelde Herwig al met het idee om zijn collectie aan het grote publiek te tonen. Hij ging toen te rade bij de toenmalige burgemeester van Turnhout, Marcel Hendrickx. Hoe die contacten liepen kunnen we nu misschien rechtstreeks vernemen van de ereburgemeester van Turnhout, Marcel Hendrickx. (applaus)

 

Toespraak Marcel Hendrickx, ere-burgemeester van Turnhout

 

Goeiemiddag dames en heren, het doet zo een beetje vreemd aan nog eens terug voor een micro te staan na twee en een half jaar van eigenlijk helemaal uit de wereld geweest te zijn behalve dan mijn passie voetbal waar ik wekelijks mee bezig ben. Voor het overige had ik mij voorgenomen, ik ga het niet meer officieel doen, het heeft lang genoeg geduurd. Misschien, misschien wie weet, dat sommigen denken dat door het feit dat ik hier sta ik mijn come back voorbereid? Dames en heren, indien iemand anders zou gevraagd hebben, dan had ik vermoedelijk geweigerd om hier te staan. Maar het telefoontje van Herwig Kempenaers was voor mij toch wel een reden om nog eens publiek op te treden. Ik dacht immers terug aan onze eerste ontmoeting, intussen ja al bijna zes jaar geleden. Iemand had mij getipt over het feit dat er een zonderling ergens oude drukpersen aan het verzamelen was en dat ie bovendien ook nog het idee had om dat publiek open te stellen. Ik wilde die iemand toch wel eens ontmoeten, al was het maar om hem te doen inzien dat zijn idee zeer veel risico’s inhield. Ik dacht, zo een privé-museum dat loopt na enkele tijd toch fout, en wat gaat er dan gebeuren? Dan komen ze bij de stad aankloppen,’ neem dat over want wij kunnen het niet meer betalen’. En wij hadden al zo een krap budget voor musea. Ik sprak hem dus over de risico’s van diefstal, over het feit dat bezoekers overal aanzitten en de boel zouden verknoeien. Ik sprak over het verlies van privacy als dat in de eigen woning gebeurde. Maar overtuigen kon ik Herwig niet. De man erkende wel al de mogelijke risico’s, maar was overtuigd om toch te doorzetten. Meer nog, hij begon zo fascinerend over zijn hobby te vertellen dat hij me snel begeesterde. Hij overtuigde mij dat hij met iets unieks bezig was in Turnhout en dat dit een uitstraling aan Turnhout zou geven. En degenen die mij misschien nog een beetje herinneren als burgemeester zullen weten dat dat woord uitstraling voor Turnhout dat dat eigenlijk ja, voor mij heel veel betekende. De voorbije dagen ben ik hier nog eens op bezoek geweest om eens polshoogte te nemen over de evolutie die Herwig Kempenaers en zijn Historische Drukkerij doormaakte. Ik heb één vaststelling gedaan. Die man is gewoonweg niet te stoppen. En dit huis dat hij zestien jaar terug kocht om er toen een handpers in te plaatsen is niet langer een gebouw waarin een of andere maniak wat verzameld maar is een instituut geworden dat zich specialiseert in het thema ‘drukken doorheen de geschiedenis’. Ik ben bovendien een van de bevoorrechte bezoekers die de bovenverdieping mocht bekijken. Het gedeelte dat niet door het publiek kan bezocht worden. En over die bovenverdieping wil ik toch wel een en ander vertellen. Dames en heren, Herwig Kempenaers woont daar effectief, laat ons dat om te beginnen stellen. Maar er is geen vierkante meter in het huis dat niet volgepropt staat met allerlei zaken die hij aankocht. Een uitzonderlijke collectie aan juweeltjes van boekdrukkunst, en bovendien allerlei houten blokken. Een verzameling waarvan je eigenlijk een beetje onder de indruk bent. Ondermeer heeft ie een schenking gekregen van een bejaarde dame uit Turnhout die een uitzonderlijke collectie had van zowat 1700 tekeningen en tal van houtblokken afkomstig van de vroegere uitgeverij Opdebeek van Antwerpen die dienstig geweest zijn om boeken te illustreren. Bovendien bezit hij tal van werken die hij aankocht in antiquariaten waar ook in Europa. Soms tegen prijzen die boven het budget van een amateurverzamelaar liggen. Maar, en laat ons daarin duidelijk zijn, Herwig Kempenaers is geen amateur. Hij is bezig met iets dat begon als een hobby, evolueerde naar een passie en uitgroeide tot een obsessie. En hij beseft dat zijn collectie een unieke waarde heeft, en eigenlijk beschikbaar zou moeten zijn voor studenten, voor wetenschappers, voor historici. Er zal eigenlijk een inventarisatie dienen te gebeuren die toelaat dat zijn collectie beter zou bekend gemaakt worden via het aanbod van wetenschappelijke bibliotheken. Want nu weet eigenlijk geen enkel buitenstaander wat er allemaal steekt op die eerste verdieping van dit huis. Al zijn daar tal van bijzondere werken die nergens in musea of bibliotheken te vinden zijn. De bibliotheek van Turnhout kon hem geen oplossing bieden daarvoor, thans heeft hij de hoop gesteld op een initiatief dat door het provinciebestuur van Antwerpen zal genomen worden.

In het dagelijkse leven is Herwig drukker bij de Turnhoutse drukkerij Proost. Daar drukt hij dezer dagen ‘belangrijke’ dingen, zoals SOS Piet op een vierkleurenpers die liefst 15.000 vellen per uur kan afleveren. Eigenlijk toch wel een schril contrast met datgene wat hier gebeurd. Als de mensen van Turnhout het zich nog herinneren, de dichtbundel die hier gedrukt werd. Dar had hij liefst 370 drukuren voor nodig. Moest ie dat op zijn werk doen dan was dat 7,5 uur, en dan was dat ook gebeurd. In het dagelijkse leven zou Herwig Kempenaers een ombekommerd leven kunnen leiden, indien je de Historische Drukkerij zou wegdenken. Want al zijn geld dat hij nu tot de laatste euro investeert in aankoop na zoekwerk via internet, dan zou dat kunnen besteed worden aan genieten van het leven. Nu gaat al zijn tijd, al zijn geld, al zijn liefde naar de Historische Drukkerij. Verlof kent hij niet, of toch wel? Dat is dan een dag bezoeken aan bijvoorbeeld een verzamelaarsbeurs in Utrecht en thuiskomen met twee boeken die hij aangekocht heeft. Heeft Herwig Kempenaers nog plannen? Ja. Boven, hierboven, een beetje de woning aanpassen, zodat wat nu zijn keuken en badkamer is, ook bruikbaar wordt voor opstapeling van zijn collectie. Want, zijn eigen woorden ‘och mens, ik heb niet veel plaats nodig om te leven’. Ja, in 2012 wil hij het ritme van het openstellen van zijn Historische Drukkerij opvoeren van één weekend per maand naar iedere zondag. Daarvoor heeft hij wel zijn schitterende vrijwilligers nodig. En waren mijn waarschuwingen van destijds terecht, en zaten de bezoekers te potelen aan zijn collectie en verknoeiden ze al wel eens iets? ‘Valt best mee’ zegt ie, ‘al gebeurde er wel eens iets, als iemand een stel zetwerk in de handen nam en dat glijdt er uit, tja dan liggen al die letters op de grond, maar ochgod, dat is dan nog niet zo erg”. Dames en heren, ik ga afsluiten, maar ik zoek eigenlijk nog een gepaste one-liner om Herwig Kempenaers te typeren. Maar ik ga die niet vinden, want die man is zo begeesterd, zo veelzijdig, zo enthousiast naïef, dus geen oneliner maar wel : Herwig, bedankt, proficiat en doe maar verder!

 

Jan : Bedankt Marcel voor dat mooi portret.

Een collectie als die van de Historische Drukkerij is een schat voor huidige generaties bezoekers, en voor de vele generaties die nog zullen komen. Niet in het minst omdat er in het verleden zoveel is vernietigd. Wie daar een hele goede kijk op heeft is Gerard Post van der Molen, margedrukker De Ammoniet. Op zijn initiatief ontstond in 1995 binnen de organisatie Drukwerk in de Marge de Werkgroep Techniek. Ik las in de catalogus bij de tentoonstelling over margedrukkers dat er bijna geen pers is in Nederland die de afgelopen jaren niet door Gerard en zijn werkgroep onder handen is genomen. Deze werkgroep pakte in 1997 ook de inventarisatie aan van wat er nog was aan grafisch materiaal. Door dat onderzoek konden in 2004 nog 340 drukpersen worden opgelijst, waaronder nog twee Stanhope persen. Mag ik uw aandacht voor Gerard Post van der Molen.

 

Toespraak Gerard Post van der Molen, De Ammoniet

 

In onze tijd zijn er  somberlieden die mopperen over de afnemende zorg voor taal, erger nog, het beeld zou de taal zelfs verdringen, de juf op school kan niet meer spellen en ‘echte brieven’ worden niet meer geschreven. We zouden minder lezen, onze kinderen en wijzelf zijn slachtoffer geworden van de beeldcultuur, we staren in trein, bus en aan vergadertafels – al dan niet stiekem – naar een klein beeldscherm. Taal zit in de verdomhoek. In e-mails worden regels voor zuiver schriftelijk taalgebruik overboord gekieperd om helemaal maar niet te spreken van sms’en, want de taal die daar met knopjes gedrukt wordt met een telefoon, heeft helemaal niets meer met zorgvuldig taalgebruik en juiste spelling te maken. Kortom: het beeld verdringt de taal.

Tegelijkertijd worden we echter op de meest onverwachte momenten geconfronteerd met wervende taaluitingen. Bijvoorbeeld op de snelweg, waarbij teksten op de zijkant van vrachtwagens ons ervan verzekeren dat zij volgeladen zijn met ambachtelijk gebakken brood (uit een fabriek), kakelverse eieren of speciaal voor óns gekweekte groenten. Breng zoiets maar in beeld, dat valt niet mee. Nee, taal verdwijnt niet, taal verandert. Magritte schilderde een pijp en ondertitelde de afbeelding met Ceci n’est pas une pipe. Wat je ziet is een pijp, maar een schilderij is geen pijp. Als toeschouwer kijk je even vreemd op en grinnik je om de dubbelzinnigheid. Wat je ook zegt of wat je ook ziet, het kan altijd anders zijn.

Herwig geeft vanaf februari 2006 een Nieuwsbrief uit en de eerste veertien afleveringen (t/m februari 2007) gaf hij als ondertitel mee: Meer dan zomaar een museum. Imiteert Herwig daarmee Magritte in positieve zin? Meer dan een museum? Dat veronderstelt dat we een duidelijk beeld hebben van wat een museum is, terwijl de term museum niet eens beschermd is. Iedereen kan zijn verzameling en hobbywerken tentoonstellen in de huiskamer en een gouden bord aan de buitenmuur bevestigen met de term: Museum. Toch slaat Herwig met zijn opmerking de spijker op zijn kop en de waarheid van zijn bewering kunnen we nu bij het eerste lustrum toetsen.

Hoe begon het hier? Herwig kocht dit pand in 1995 vrijwel ongezien. Dat was maar goed ook, anders hadden we vandaag hier niet gestaan. Hij beschikte na de koop over een pand met een dak met uitzicht op de lucht en een zandbodem met natuurlijke uitstraling. In de loop der tijd verhoogde hij zijn comfort met wat lapwerk aan plafonds en vloeren, maar vanaf 2004 werd het hem ernst. In 2005 had hij het pand voor een groot deel eigenhandig grondig verbouwd, aangekleed en ingericht. Kijkt u maar eens goed om u heen, het is net een museum.

Een museum? Nee, méér dan een museum en ik zal u uitleggen waarom. In 2004 heb ik in eigen land gepoogd alle grafisch-museale initiatieven te inventariseren. Met veel moeite vond ik er 27. Vervolgens heb ik samen met Johan de Zoete en de Grafische Cultuurstichting een enquête gehouden onder die musea. Een enkele gunstige uitzondering daargelaten, constateerden we  in die musea ‘naar binnen gericht enthousiasme’. Men was wel vol goede bedoelingen, maar weinig effectief en weinig efficiënt. Opmerkelijk vond ik de haast vanzelfsprekende overtuiging dat ‘het bedrijfsleven en de overheid’ de musea zouden moeten financieren. Het besef dat je het een potentiële subsidiënt aantrekkelijk moet maken om jou financieel te steunen, leek afwezig.

Als ik daar Herwigs aanpak mee vergelijk, dan valt me, om te beginnen, zijn financiële autonomie op. Hij klaagt niet, maar betaalt uit eigen zak. Heeft Herwig dan zulke diepe zakken? Nee, ik heb eerder de indruk dat hij gaten in zijn zakken heeft. Maar – en daar gaat het om – hij pakt aan, neemt risico’s, lobbyt, ontwikkelt enthousiasmerende initiatieven en zie, de financiering komt altijd rond. Natuurlijk, want hij maakt het voor derden aantrekkelijk om mee te doen. Musea die klagen worden overgeslagen, musea die plezieren, die wil men wel financieren, zou ik zo zeggen.

Waar het om gaat is de collectie betekenis te geven. Er sluimeren schatten hier, maar al dat figuurlijke goud glimt pas echt als je het leert zien. Daar zit de sleutel van Herwig’s succes. Hij vindt originele manieren om ons te wijzen op de betekenis én op het historische belang van het grafisch verleden. Want belangrijk is het en daarmee druk ik me nogal bescheiden uit. Wat is het toch, die aantrekkingskracht van het grafische? Voor mij is het, naast de cultuurhistorische waarde, de ‘eerlijkheid’ van de functionele materialen, het daarin verscholen vernuft van onze voorvaderen, het zo fraaie patina van langdurig gebruik, maar ook de sfeer die al dat hout, lood, koper en papier allemaal oproepen en de geur van inkt, olie… ho, ho, dit  word te nostalgisch. De meerwaarde is die Beatrice Warde zo prachtig verwoordde in haar gedicht:

THIS IS A PRINTING OFFICE

      CROSSROADS OF CIVILISATION       
REFUGE OF ALL THE ARTS
AGAINST THE RAVAGES OF TIME
ARMOURY OF FEARLESS TRUTH
AGAINST WHISPERING RUMOUR
INCESSANT TRUMPET OF TRADE

FROM THIS PLACE WORDS MAY FLY ABROAD
NOT TO PERISH ON WAVES OF SOUND
NOT TO VARY WITH THE WRITER'S HAND
BUT FIXED IN TIME HAVING BEEN VERIFIED IN PROOF
FRIEND YOU STAND ON SACRED GROUND
THIS IS A PRINTING OFFICE

Als u dit zo hoort en tegelijkertijd om u heen kijkt, dan ziet u hoe ‘to the point’ haar visie op de drukkerij is. Je zou haast denken dat zij voor dit gedicht geïnspireerd werd door de ‘heilige grond’ van de Historische Drukkerij van Herwig. Dat is niet zo, want zij dichtte dit in 1932 (in The Monotype Recorder). Maar vergelijk Herwig’s initiatieven eens met haar woorden,  zoals Dichter bij Turnhout – een dichtbundel in elk Turnhouts huis, welke gemeente doet dat Turnhout na? – of een stakingspiket dat oude tijden deed herleven én zonder moralistische boodschappen voor het publiek heel duidelijk maakte hoe slechte arbeidsverhoudingen sociaal ingrijpen op microniveau.

 

De Historische Drukkerij is méér dan een museum. Het leeft en ontwikkelt zich voortdurend en verrassend. Dit museum wil je niet alleen bezoeken, je wilt er ook terugkeren, zo ervaar ik dat. Cultuur is voor de gemeenschap, wat zuurstof is voor het leven. In onze tijd neemt cultuur als politieke en bestuurlijke prioriteit in belang af. In mijn ogen een zeer ongewenste ontwikkeling. Willen we ook in de toekomst cultureel kunnen blijven ademen, dan zijn we aangewezen op initiatieven als die van Herwig. Gemeente en bevolking van Turnhout kunnen trots en blij zijn met het voorrecht van zo’n educatief en succesvol particulier voorbeeld in hun midden.

 

Alleen maar halleluja? Nee, zo zit de werkelijkheid niet in elkaar. De kracht van Herwig, vooral beleidsmatig én financieel, is tevens een zwakte. Autonomie heeft nu eenmaal zijn prijs, daar gaat Johan nog op in. Gelukkig wordt Herwig in de uitvoering ondersteund door enthousiaste vrijwilligers, maar de collectie van de Historische Drukkerij heeft inmiddels al zoveel  kritische massa, betekenis én identiteit, dat het van wezenlijk belang is om serieus stil te gaan staan bij het behoud ervan in de verdere toekomst. Het belang van jouw collectie overstijgt inmiddels het particuliere belang Herwig! Verdiep daarom jouw kennis, bindt deskundigen aan de Historische Drukkerij, bevorder publicaties, ga door met tentoonstellen en ontwikkel de Historische Drukkerij in de richting van een praktisch kennis- én educatief centrum, zodat ook in een verre toekomst de Historische Drukkerij ná jou betekenis blijft houden. En tot slot: blijf vooral eigenzinnig!

 

Een jarige krijgt cadeaus. Graag wil ik je iets geven als aanvulling op jouw educatieve taak. Ik hoop dat velen met jou ervan zullen genieten. 

 

Jan : Drukpersen van 100 of 200 jaar laten zich niet zo makkelijk bedienen als de persen van vandaag. Toch slaagt Herwig er al 5 jaar in om fraaie staaltjes ambachtelijk drukwerk te realiseren op de handpersen, degelpersen en cilinderpersen uit de collectie. Die persen moesten allemaal voor transport worden gedemonteerd en werden achteraf zorgvuldig opgekuist of gerestaureerd. Dat vraagt een hoop vakkennis die als maar schaarser wordt. De Association of European Printing Museums (die in 2003 werd opgericht) tracht de grafische musea in Europa te omkaderen en op die manier die vakkennis in stand te houden en ook te ontwikkelen. We hebben de oud-voorzitter van de AEPM, Johan De Zoete, gevraagd vanmiddag. Johan is beroepsmatig conservator van het Museum Enschedé in Haarlem, waar de complete bedrijfsgeschiedenis van de firma Joh.(annes) Enschedé & Zonen wordt bewaard. Uw applaus.

 

Toespraak Johan de Zoete, museum Enschedé, oud-voorzitter AEPM

 

Herwig mag zichzelf – binnen de museumwereld - graag typeren als kleine garnaal. Dat is zijn goed recht, maar niet helemaal juist. Ik denk dat een garnaal die tevens directeur, conservator, tentoonstellingsmaker, hoofd van de afdeling Informatie Technologie, hoofd van de afdeling Public Relations, hoofd personeelszaken, hoofd educatieve dienst, chef onderhoudsdienst, en hoofd afdeling acquisitie is, dan ben je op z’n minst een bijzondere garnaal. En dan ook nog eens een bevlogen garnaal.

Waar vind je nog zulke garnalen?

Nu zijn er aan eenmans-‘bedrijven’ voor- en nadelen verbonden. Gerard heeft dat ook al aangestipt. Ik heb daar met Herwig regelmatig over gefilosofeerd.

Het allergrootste voordeel is wel de korte lijn. Tussen hoofd en handen zitten geen eindeloze vergaderingen, projectmanagers of tijdschema’s. Herwig ziet of bedenkt iets en voert het dan uit.

Maar nadelen zijn er ook: het hele museum, de hele collectie, staat of valt met zijn persoon. Overkomt hem iets, wat dan? Er is geen achterwacht die het museum dan ‘voortdoet’, zoals jullie zo mooi zeggen.

 

Je kunt de Historische Drukkerij Turnhout niet vergelijken met ‘officiële’ grafische musea zoals het Gutenberg Museum in Mainz, het Media Museum in Odense, het Musée de l’Imprimerie in Lyon of het Werkstattmuseum für Druckkunst in Leipzig. Die hebben allemaal een staf van professionals uit de museale wereld en een leger vrijwilligers. Die musea hebben echter allemaal weer het nadeel dat elke beslissing daar via een langdurig proces tot stand moet worden gebracht, dat er voor alles een projectplan opgesteld dient te worden met een motivatie, een financiële dekking, een stappenplan en een tijdlijn. Herwig doet gewoon. Het is misschien flauw om een van Neerlands grote zonen hier aan te halen, voetbalgod Johan Cruyff, met zijn beroemde uitspraak: ‘elk nadeel hep se voordeel’.

Naast de grote grafische musea bestaan er in Europa talloze kleinere. Gerard sprak al over minstens 27 grafisch gerichte musea alleen al in Nederland.

De Association of European Printing Museums vervult hierbij een bindende rol, of zou die moeten vervullen. Het is lastig om een club van voornamelijk van die kleine garnalen te leiden, ze te vragen mee te werken, ze te betrekken. Iedereen is druk. Toch is het juist de netwerkfunctie die de Association zijn bestaansrecht geeft. Het is buitengewoon eenvoudig om anderen te raadplegen, bij iemand binnen te lopen, te overleggen.

Het is daarnaast een goede ontwikkeling dat de grafische musea zich ook landelijk organiseren. Dat gebeurt hier in België, maar ook in Nederland, in Engeland, in Scandinavië. Zo’n overlegstructuur binnen een land heeft als onmiddellijk voordeel dat de afstanden relatief kort zijn. De AEPM brengt vervolgens de Europese musea samen op symposia die om de twee jaar georganiseerd worden.

 

Ik zit zelf ook alleen in een museum, maar heb in ieder geval nog een bestuur boven me dat kan bijsturen of zo nodig ingrijpen. Ik denk dat het alleen daarom al belangrijk is om de HDT een wat steviger basis te geven en Herwigs plan om er een VZW van te maken, uit te voeren. Herwig zal daarmee misschien in een iets andere positie komen, maar met het kiezen van de juiste mensen in het bestuur moet dit eerder bevruchtend dan bedreigend kunnen zijn. Je formeert dan in wezen een clubje mensen met wie je regelmatig overlegt. Andere, moeilijke of lastige taken kun je dan mooi weer aan zo’n bestuur overlaten.

De collectie van Herwig is intussen uitgegroeid tot een voor de geschiedenis van het grafische vak belangrijke verzameling. Dat schept echter ook verplichtingen. Één daarvan is zorgen voor de continuïteit, het opstellen van een ‘rampenplan’.Er zijn inmiddels helaas genoeg voorbeelden waar het misging, waar de eigenaar van de collectie plotseling overleed.

 

Het voortbestaan van dit kleine museum is - ik zei het al - geheel afhankelijk van een en dezelfde persoon. Die in dit geval ook nog eens een volle baan heeft. Dat betekent dat het museum maar een heel beperkte openstelling kent. Anderzijds, door de rol die het museum langzamerhand in de stad inneemt, zou er ook wel eens wat ondersteuning mogen komen vanuit diezelfde stad, bij voorbeeld bij de aanschaf van een programma om de collecties te beschrijven, en eventuele technische ondersteuning daarbij, of door eens de kosten van een internationaal symposium op zich te nemen.

Ook die internationale fora zijn belangrijk: kijken over grenzen, bij instellingen of musea die het weer heel anders aanpakken. Zoals de hedendaagse communicatie wortelt in het grafische ambacht, zo horen ook de kleinere grafische musea frisse lucht te krijgen van hun grotere vakbroeders. Kijk, Herwig, beschrijven van de collectie is één ding, maar het zó beschrijven dat je ook alles weer terug kunt vinden, is nog weer eens een kunst apart. Dat kun je bij voorbeeld opsteken bij je collega’s.

 

Wie jarig is, trakteert, dat spreekt. Daarom zijn we vandaag ook allemaal hier: omdat Herwig uitdeelt. Maar een jarige behoort ook cadeautjes te krijgen. Daarom, Herwig, van je collega-museum, het Museum Enschedé in Haarlem, een heel bijzonder boekje.

 

Jan : Hoe zouden we het officiële gedeelte van dit feest van de HD anders kunnen afsluiten dan met de onthulling van een prachtig drukwerk? Het is, niet helemaal onverwacht voor wie Herwig kent, een houtgravure geworden.

Frank Ivo van Damme was bereid om voor de HD een grote houtblok te graveren. Frank Ivo is wereldwijd bekend voor zijn grafische kunsten en dan vooral voor zijn ex-librissen in hout- of kopergravures, waarvan hij er al 900 op zijn naam heeft staan. Twee jaar terug verscheen er deze overzichtscatalogus van zijn werken naar aanleiding van een tentoonstelling in Shanghai. Frank Ivo, wil u zo vriendelijk zijn de eerste exemplaren van de prent te overhandigen aan de sprekers van deze namiddag?

(…)

U kan deze prachtige prent van Frank Ivo verkrijgen aan de balie vooraan voor het luttele bedrag van 35 euro. De prent is afgedrukt op handgeschept papier, in een oplage van 100 exemplaren. Ze zijn genummerd en gesigneerd.

(… een tasje erbij nemen …)

Dit jaar is al bijzonder vruchtbaar geweest voor de drukkerij. Herwig maakte deze prachtige herdruk van de Gazette van Antwerpen uit 1790, met een spannend artikel over de slag bij Turnhout. Deze herdruk wordt ook naar alle leden van de Geschiedkundige Kring Taxandria gestuurd.

Hij drukte een overzicht van de rijke geschiedenis van de HD in een mega-groot-formaat krant. De teksten zijn van de hand van Gerard Post van der Molen.

En voor het weekend van 1 mei drukte de HD een boekje over armoede in de Kempen van de 19e eeuw. De schrijver, Pol Van Eyck, zal op het Erfgoedweekend verhalen uit dat boekje vertellen aan de museumbezoekers.

U krijgt straks, als u naar buiten gaat, dit tasje met exemplaren van dat drukwerk mee naar huis.

(…)

Tenslotte heeft Herwig me gevraagd om in zijn naam nadrukkelijk alle medewerkers van de drukkerij te bedanken. Ook voor vandaag kon hij op een hele equipe rekenen. Heel erg bedankt allemaal, van harte.

 

En voor nu, geniet van de receptie, geniet van het feest!

 

 

 

5 JAAR HISTORISCHE DRUKKERIJ

Historische Drukkerij Turnhout

Meer foto’s kan u vinden op onze facebookpagina.

 

Een rechtstreekse link naar deze fotomap :

http://www.facebook.com/media/set/fbx/?set=a.1314651044378.35036.1773771741&l=c82a50b01a